Het openbaar vervoer in Malta heeft de afgelopen jaren een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt. Toen Arriva in 2011 het systeem hervormde, waren de reacties van de Maltezen gemengd. Vooral de buschauffeurs waren niet blij met de veranderingen; zij hielden liever vast aan het oude systeem waarbij de bus eigendom was van de chauffeur zelf. Arriva structureerde dit chaotische systeem en introduceerde een netwerk met vaste routes en betrouwbare dienstregelingen.
Helaas bleek het bedrijf niet berekend op de staat van de wegen, de enorme aantallen toeristen in de zomer en de brandende hitte. De uit Engeland geïmporteerde gelede bussen (de zogeheten 'bendy buses') vormden een veiligheidsrisico omdat ze niet gemaakt waren voor deze zware omstandigheden. Uiteindelijk werden deze bussen verboden en van het eiland verwijderd.
In de beginfase hanteerde Arriva twee verschillende tarieven: één voor inwoners met een Maltese identiteitskaart en één voor alle anderen, waaronder toeristen. Deze ongelijke tariefstructuur kreeg veel kritiek, onder andere van de Europese Commissie, die discriminatie op basis van nationaliteit of woonplaats verbiedt. Iedereen in Europa heeft recht op gelijke behandeling en het zou niet de norm moeten zijn dat lokale bewoners goedkoper reizen dan bezoekers.
Twee jaar later werden de tarieven gelijkgetrokken voor alle gebruikers. Uiteindelijk werd Arriva door de overheid uitgekocht en verliet het bedrijf Malta. De overheid ging op zoek naar een nieuwe exploitant, wat enige tijd in beslag nam. Begin dit jaar nam Autobuses de Leon (Alesa) het stokje over.
De nieuwe vervoerder heeft de vloot uitgebreid met nieuwe bussen en werkt aan de optimalisatie van het systeem, dat voorheen de grote stroom toeristen nauwelijks aankon. Er is ook een nieuw betaalsysteem geïntroduceerd om de tijd die nodig is voor het kopen van een kaartje in de bus te minimaliseren. Dit moet de totale reistijd verkorten, omdat bussen minder lang bij de haltes hoeven te wachten.
Dit nieuwe systeem is vergelijkbaar met de Oyster Card in Londen of de OV-chipkaart in Nederland. De zogeheten Tallinja Card is een prepaidkaart die je bij het instappen scant bij de kaartlezer. Met deze kaart kost een busrit 75 cent, met een maximum van € 26 per maand. Er zijn gereduceerde tarieven voor ouderen, studenten en kinderen. Wie geen kaart heeft, kan contant betalen in de bus. Het tarief voor een kaartje (geldig voor 2 uur) bedraagt dan € 2,00 in de zomer en € 1,50 in de winter.
Voor nachtbussen geldt een tarief van € 3,00. Het is ook mogelijk om de Tallinja Card direct bij een loket te kopen, wat voor toeristen vaak de handigste optie is. Voor bezoekers zijn er specifieke kaarten beschikbaar met eigen tarieven. Meer informatie over de Tallinja Card vind je hier (in het Engels).




